{"id":112,"date":"2012-11-22T09:52:00","date_gmt":"2012-11-22T09:52:00","guid":{"rendered":"https:\/\/ilbc.be\/?p=112"},"modified":"2021-12-16T08:42:10","modified_gmt":"2021-12-16T08:42:10","slug":"republic-of-argentina-v-nmc-capital-ltd","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/ilbc.be\/?p=112","title":{"rendered":"Republic of Argentina v NMC Capital Ltd"},"content":{"rendered":"\n<h6>Belgian Supreme Court, Republic of Argentina v. NMC Capital LTD, Nr. C.11.0688.F, 22 November 2012<\/h6>\n\n\n\n<pre class=\"wp-block-code\"><code>ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121122.3<\/code><\/pre>\n\n\n\n<p>The judgment annuls a previous judgment by the Brussels Court of Appeals dated 21 June 2011. In the latter judgment , the Court of Appeals took the view that Argentina&#8217;s general waiver of immunity from jurisdiction and immunity from execution also covered the goods of Argentina&#8217;s diplomatic mission in Belgium, including its bank accounts (without there being a need to verify whether the amounts seized were used for purposes other than the functioning of the diplomatic mission). According to the Supreme Court, this approach violated articles 22, 3 and 25 of the Vienna Convention on Diplomatic Relations as well as the customary rule of &#8216;ne impediatur legatio&#8217;. In particular, the Supreme Court confirmed the need for an explicit and specific waiver of immunity in respect of goods of the diplomatic mission.<\/p>\n\n\n\n<div class=\"wp-block-file\"><a href=\"https:\/\/ilbc.be\/wp-content\/uploads\/2021\/12\/id_dytdlygk.pdf\" class=\"wp-block-file__button\" download>Download<\/a><\/div>\n\n\n\n<hr class=\"wp-block-separator\"\/>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Universiteit GentFaculteit Rechtsgeleerdheid (RE) Download date: 28-10-2020<br \/>\n22 NOVEMBER 2012 C.11.0688.F\/1<br \/>\nHof van Cassatie van Belgi\u00eb<br \/>\nArrest<br \/>\nNr. C.11.0688.F<br \/>\nREPUBLIEK ARGENTINI\u00cb,<br \/>\nMr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie,<br \/>\ntegen<br \/>\nNMC CAPITAL LTD, vennootschap naar het recht van de Caymaneilanden,<br \/>\nMr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie.<br \/>\nI. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF<br \/>\nHet cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel<br \/>\nvan 21 juni 2011.<br \/>\nProcureur-generaal Jean-Fran\u00e7ois Leclercq heeft op 31 oktober 2012 ter griffie<br \/>\neen schriftelijke conclusie neergelegd.<br \/>\nRaadsheer Michel Lemal heeft verslag uitgebracht.<br \/>\nProcureur-generaal Jean-Fran\u00e7ois Leclercq heeft geconcludeerd.<br \/>\nUniversiteit GentFaculteit Rechtsgeleerdheid (RE) Download date: 28-10-2020<br \/>\n22 NOVEMBER 2012 C.11.0688.F\/2<br \/>\nII. CASSATIEMIDDELEN<br \/>\nDe eiseres voert een middel aan.<br \/>\nGeschonden wettelijke bepalingen<br \/>\n&#8211; de artikelen 22, 3, en 25 van het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek<br \/>\nverkeer, goedgekeurd bij de wet van 30 maart 1968 houdende goedkeuring van<br \/>\nvolgende internationale akten : 1. Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer; 2.<br \/>\nFacultatief Protocol betreffende de verplichte regeling van geschillen; 3. Facultatief<br \/>\nProtocol betreffende de verkrijging van nationaliteit; opgemaakt op 18 april 1961 te<br \/>\nWenen, en, voor zoveel als nodig, van die goedkeuringswet;<br \/>\n&#8211; artikel 31, 1, van het Verdrag van Wenen van 23 mei 1969 inzake het verdragenrecht,<br \/>\ngoedgekeurd bij de wet van 10 juni 1992 houdende goedkeuring van het Verdrag van<br \/>\nWenen inzake het verdragenrecht, en van de Bijlage, opgemaakt te Wenen op 23 mei<br \/>\n1969, en, voor zoveel als nodig, van die goedkeuringswet;<br \/>\n&#8211; artikel 38, \u00a7 1, b), van het Statuut van het Internationaal Gerechtshof gevoegd bij het<br \/>\nHandvest van de Verenigde Naties van 26 juni 1945, goedgekeurd bij de wet van 14<br \/>\ndecember 1945 tot goedkeuring van het Handvest van Verenigde Volken en het Statuut<br \/>\nvan het Internationale Gerechtshof, getekend te San Francisco, op 26 juni 1945 en,<br \/>\nvoor zoveel als nodig, van die goedkeuringswet;<br \/>\n&#8211; artikel 32 van de Europese Overeenkomst inzake de immuniteit van Staten, gedaan te<br \/>\nBasel op 16 mei 1972 en goedgekeurd bij de wet van 19 juli 1975;<br \/>\n&#8211; regel van internationaal gewoonterecht ne impediatur legatio;<br \/>\n&#8211; regel van internationaal gewoonterecht die op zijn minst de republiek<br \/>\nArgentini\u00eb en het koninkrijk Belgi\u00eb bindt en krachtens welke op specifieke wijze afstand<br \/>\nmoet zijn genomen van de uitvoeringsimmuniteit die de diplomatieke zendingen<br \/>\nvan een vreemde Staat genieten.<br \/>\nAangevochten beslissingen<br \/>\nHet arrest verklaart het hoger beroep van de verweerster ontvankelijk en gegrond, hervormt<br \/>\nhet beroepen vonnis en verklaart bij een nieuwe uitspraak het door de eiseres bij<br \/>\ndagvaarding van 14 augustus 2009 ingestelde verzet tegen het op 7 augustus 2009 gelegde<br \/>\nbewarend derdenbeslag niet-gegrond, wijst al haar vorderingen af en veroordeelt<br \/>\nhaar in de kosten van de beide aanleggen, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding<br \/>\nvan 1.320 euro per aanleg.<br \/>\nDie beslissing steunt op alle redenen van het arrest die geacht worden hier integraal te<br \/>\nzijn weergegeven, en inzonderheid op de onderstaande redenen:<br \/>\n\u201c4. De [eiseres] betwist de gegrondheid van het hoger beroep en voert daartoe, net als<br \/>\nvoor de eerste rechter, de uitvoeringsimmuniteit van de in beslag genomen bezittingen<br \/>\naan.<br \/>\nUniversiteit GentFaculteit Rechtsgeleerdheid (RE) Download date: 28-10-2020<br \/>\n22 NOVEMBER 2012 C.11.0688.F\/3<br \/>\nVreemde Staten genieten in Belgi\u00eb uitvoeringsimmuniteit.<br \/>\nToch wordt aangenomen dat die immuniteit niet absoluut is in zoverre zij slechts van toepassing<br \/>\nis op de goederen die bestemd zijn voor de uitoefening van de soevereiniteit van<br \/>\nde Staat en dat op goederen waaraan een private of commerci\u00eble bestemming gegeven is,<br \/>\ngedwongen uitvoering mogelijk blijft (E. Dirix en K. Broeckx, Beslag, 2010, nr. 197, p.<br \/>\n150 \u2013 151).<br \/>\nOok goederen van diplomatieke en consulaire zendingen genieten immuniteit, wat echter<br \/>\nniet belet dat goederen die geen verband houden met die zendingen wel in beslag mogen<br \/>\nworden genomen.<br \/>\nEr kan worden afstand gedaan van die immuniteit, die de diplomaat en zijn ambt beschermt<br \/>\nzonder de Staat van herkomst te dwingen die bescherming te handhaven.<br \/>\nHet gaat om een immuniteit die in het kader past van het beginsel van de uitvoeringsimmuniteit<br \/>\nvan de Staten waarvan de ambassade een orgaan is. Die bescherming vereist<br \/>\ndus een vaststaand verband tussen de in beslag genomen goederen en het feit dat die<br \/>\ngoederen noodzakelijk zijn voor de diplomatieke vertegenwoordiging.<br \/>\nDie diplomatieke immuniteit vindt haar grondslag in het Verdrag van Wenen van 18 april<br \/>\n1961 dat de krijtlijnen ervan trekt in het kader van het diplomatieke ambt van de Staat.<br \/>\nDe tekst zelf van het Verdrag maakt geen gewag van bankrekeningen, effectenrekeningen,<br \/>\nof banktegoeden van de diplomatieke zending, wat niet belet dat ze beschermd worden<br \/>\nvoor zover die bezittingen specifiek voor de behoeften van de zending worden aangewend.<br \/>\nAldus werd geoordeeld: \u2018Il n&#8217;est pas contest\u00e9 que les avoirs des \u00c9tats \u00e9trangers, et notamment<br \/>\nles avoirs bancaires affect\u00e9s aux besoins de leurs ambassades, b\u00e9n\u00e9ficient de<br \/>\nl\u2019immunit\u00e9 d\u2019ex\u00e9cution&#8217; (Brussel, 21 juni 2002, J. T., 2002, 714; zie ook Brussel, 4 oktober<br \/>\n2002, J. T., 2003, 318).<br \/>\nDe Belgische en internationale rechtspraak en rechtsleer is verdeeld over de vraag of de<br \/>\nimmuniteit betreffende bankrekeningen van een diplomatieke zending al dan niet autonoom<br \/>\nis, hoewel noch de tekst van het Verdrag van Wenen van 1961, noch het internationaal<br \/>\ngewoonterecht, noch de internationale verdragen de stelling rechtvaardigen van een<br \/>\nvolledig autonoom regime van uitvoeringsimmuniteit, dat afwijkt van de uitvoeringsimmuniteit<br \/>\nvan de Staten betreffende de rekeningen van de diplomatieke zending.<br \/>\nDe artikelen 22 tot 25 van het Verdrag doelen op sommige specifieke goederen: de gebouwen<br \/>\nvan de zending (artikel 22, 1), het meubilair en andere daar aanwezige voorwerpen,<br \/>\nalsmede de vervoermiddelen van de zending (artikel 22, 3).<br \/>\nHet doel van die bescherming is strikt gelinkt aan het diplomatieke ambt. Anders gezegd:<br \/>\ndie goederen genieten geen fundamenteel verschillende immuniteit dan die van het algemene<br \/>\nregime. Het gaat veeleer om een concrete toepassing, om een verduidelijking van<br \/>\nhet algemene regime.<br \/>\nUniversiteit GentFaculteit Rechtsgeleerdheid (RE) Download date: 28-10-2020<br \/>\n22 NOVEMBER 2012 C.11.0688.F\/4<br \/>\nHet doel van het Verdrag is immers, volgens de aanhef ervan \u2018niet (&#8230;) personen te bevoorrechten,<br \/>\ndoch te verzekeren dat diplomatieke zendingen als vertegenwoordigers der<br \/>\nstaten doelmatig functioneren\u2019; dit betekent duidelijk dat de bescherming van de in het<br \/>\nVerdrag bepaalde goederen louter functioneel is.<br \/>\nEr dient hier op gewezen dat, zoals de [eiseres] terecht beweert, de geest van het Verdrag<br \/>\nvan Wenen weliswaar erin bestaat de betrekkingen tussen de landen te begunstigen en te<br \/>\nverzekeren dat diplomatieke zendingen als vertegenwoordigers der staten doelmatig functioneren,<br \/>\nmaar dat dit niet impliceert dat aan de artikelen 22 tot 25 een draagwijdte mag<br \/>\nworden toegekend die geen steun vindt in de tekst zelf.<br \/>\nDe [eiseres] betoogt voorts dat het comit\u00e9 van ministers van Raad van Europa, in zijn<br \/>\nAanbeveling nr. R (97) 10 van 1997 verklaard heeft dat de bankrekeningen met gelden<br \/>\nvoor de werking van de ambassade niet voor beslag vatbaar zijn.<br \/>\nDienaangaande wijst het hof [van beroep] erop dat het hier, zoals het opschrift van de<br \/>\ntekst, de inleiding en de eerste paragraaf van punt 3 vermelden, gaat om een zienswijze in<br \/>\nde specifieke context van een \u2018Aanbeveling\u2019 over de problematiek van de schulden van<br \/>\ndiplomatieke zendingen, van permanente zendingen en van diplomatieke zendingen die<br \/>\n\u2018tweevoudig geaccrediteerd zijn\u2019 en van hun leden, en niet in de context van een tenuitvoerlegging<br \/>\nten laste van de Staat zelf. Die zienswijze die uitgaat van een juridisch<br \/>\nstandpunt dat uitsluitend betrekking heeft op de kwestie van de schulden die door diplomatieke<br \/>\nvertegenwoordigingen of door een lid ervan worden aangegaan, hoort dus geen<br \/>\nalgemene draagwijdte te krijgen op grond van het Verdrag, te meer daar het hof [van beroep]<br \/>\nreeds erop wees dat het functionele criterium dient te worden gehanteerd.<br \/>\nHet Verdrag van Wenen bepaalt niets bijzonders betreffende gelden op bankrekeningen.<br \/>\nDat belet niet dat verscheidene auteurs een uitbreidende uitlegging voorstaan waarin de<br \/>\nbankrekeningen van de diplomatieke zendingen gelijkgeschakeld worden met de in de<br \/>\nvoornoemde artikelen bedoelde goederen. De gelijkschakeling van de bedragen die gedeponeerd<br \/>\nzijn op de bankrekeningen van een ambassade of een andere diplomatieke zending<br \/>\nmet de in het Verdrag van Wenen bedoelde goederen, impliceert dat de door dat<br \/>\nverdrag verleende immuniteit geldt voor die banktegoeden. Aangezien de uitvoeringsimmuniteit<br \/>\ndie aan de Staten is verleend en toegepast wordt op het vervullen van het diplomatieke<br \/>\nambt, moeten die tegoeden, om die immuniteit te genieten, verband houden met<br \/>\nde behoeften van de zending en moeten ze dienen voor de uitoefening van de soevereiniteit<br \/>\nvan de zendstaat.<br \/>\nUit die zienswijze kan echter niet worden afgeleid dat er specifiek afstand moet zijn gedaan<br \/>\nvan de immuniteit van banktegoeden van de diplomatieke zendingen. Het hof [van<br \/>\nberoep] zal hierop later terugkomen.<br \/>\nIn tegenstelling tot hetgeen de [eiseres] beweert, kan uit de omstandigheid dat het op 2<br \/>\ndecember 2004 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen<br \/>\nVerdrag van de Verenigde Naties inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun<br \/>\neigendommen \u2013 dat thans nog niet in werking is getreden wegens onvoldoende ratificeUniversiteit<br \/>\nGentFaculteit Rechtsgeleerdheid (RE) Download date: 28-10-2020<br \/>\n22 NOVEMBER 2012 C.11.0688.F\/5<br \/>\nringen \u2013 in artikel 19 een lijst opstelt van specifieke categorie\u00ebn van goederen die geacht<br \/>\nworden voor een publieke activiteit te dienen, en dus vermoed worden niet voor beslag<br \/>\nvatbaar te zijn, waarin \u2018les biens, les comptes bancaires, utilis\u00e9s ou destin\u00e9s \u00e0 \u00eatre utilis\u00e9s<br \/>\naux fins de la mission diplomatique\u2019 zijn opgenomen, niet worden opgemaakt dat er<br \/>\ndienaangaande een regel van internationaal gebruik bestaat, aangezien die bepaling,<br \/>\nvolgens de bespreking van artikel 19 in het verslag van de Commissie Internationaal<br \/>\nRecht over de werkzaamheden van de drie\u00ebnveertigste zitting, precies ingegeven is door<br \/>\nde bekommernis om een betwiste materie klaar en duidelijk te regelen, wat het bestaan<br \/>\nvan een gevestigd gebruik uitsluit.<br \/>\nMet andere woorden, de artikelen van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de<br \/>\nimmuniteiten van de Staten kunnen niet worden aangemerkt als het resultaat van een codificatie<br \/>\nvan gevestigde gebruiken, maar wel als bepalingen die in het leven zijn geroepen<br \/>\nom een aangelegenheid te regelen die in volle evolutie is, en waarvoor een \u2018noodzakelijk<br \/>\nen opportuun\u2019 optreden nodig is dat als leidraad dient voor de manier waarop in die<br \/>\naangelegenheid moet worden gehandeld.<br \/>\nOok de tekst van de Aanbeveling nr. (97)10 van de raad van ministers van de Raad van<br \/>\nEuropa toont duidelijk aan dat er geen sprake is van een gewoonteregel. Hij maakt immers<br \/>\ngewag van verschillende praktijken in de Staten, wat uitsluit dat er een vaste gewoonteregel<br \/>\nbestaat.<br \/>\nEen uitbreidende lezing van het Verdrag van Wenen zou bovendien nauwelijks gevolgen<br \/>\nhebben, aangezien de door het Verdrag van Wenen verleende immuniteit \u2013 die alleen<br \/>\nmaar de concrete toepassing vormt van de algemene uitvoeringsimmuniteit van de Staten<br \/>\nin functie van de behoeften van de diplomatieke zending \u2013 steeds vereist, of het nu gaat<br \/>\nom tegoeden op bankrekeningen of andere, dat ze betrekking hebben op de uitoefening<br \/>\nvan een soevereine functie (P. d&#8217;Argent, \u2018Le juge des saisies, le conseil de s\u00e9curit\u00e9 et<br \/>\nl\u2019immunit\u00e9 d\u2019ex\u00e9cution restreinte des \u00c9tats \u00e9trangers\u2019, noot onder burg. Brussel (beslag),<br \/>\n27 februari 1995 en 9 maart 2005, J.T., 1995, 568; P. d&#8217;Argent, \u2018Jurisprudence belge relative<br \/>\nau droit international priv\u00e9\u2019, B.T.I.R., 2003, 610: \u2018D&#8217;autres consid\u00e8rent que la protection<br \/>\ndes comptes d&#8217;ambassades est double puisqu&#8217;ils jouiraient, outre l&#8217;immunit\u00e9 d&#8217;ex\u00e9cution,<br \/>\nd&#8217;une immunit\u00e9 diplomatique. Cette immunit\u00e9, qui n&#8217;est pas explicitement pr\u00e9vue<br \/>\npar la convention de Vienne sur les relations diplomatiques, se d\u00e9gagerait d&#8217;une interpr\u00e9tation<br \/>\nde l&#8217;article 25 de la Convention, lequel dispose de l&#8217;obligation g\u00e9n\u00e9rale ne impediatur<br \/>\nlegatio. Cette immunit\u00e9 suppl\u00e9mentaire ne serait cependant pas absolue (&#8230;). Cette<br \/>\napproche pragmatique permet de douter du bien-fond\u00e9 de la construction qui attribue<br \/>\nune double immunit\u00e9 aux comptes d&#8217;ambassades. Non seulement celle-ci est fond\u00e9e sur<br \/>\nune lecture de l&#8217;article 25 de la Convention de Vienne de 1961 qui, bien que non d\u00e9raisonnable,<br \/>\nva au-del\u00e0 de ses termes m\u00eames, mais elle semble dresser deux obstacles \u00e0 la<br \/>\nsaisie de ces comptes alors que le crit\u00e8re devant \u00eatre appliqu\u00e9 pour les lever est le m\u00eame<br \/>\npuisque les besoins de la l\u00e9gation ne constituent qu&#8217;une affectation possible \u00e0 des fins<br \/>\nsouveraines ; ceci ne manque pas de r\u00e9v\u00e9ler le caract\u00e8re artificiel de la construction\u2019; J.<br \/>\nWouters en M. Vidal, \u2018De rechter als hoeder van het internationaal recht: recente toepasUniversiteit<br \/>\nGentFaculteit Rechtsgeleerdheid (RE) Download date: 28-10-2020<br \/>\n22 NOVEMBER 2012 C.11.0688.F\/6<br \/>\nsingen van internationaal recht voor Belgische hoven en rechtbanken\u2019, Working Paper,<br \/>\nnr. 92 (maart 2006).<br \/>\nDaaruit volgt dat het voor de Staten geldende regime van de uitvoeringsimmuniteit van<br \/>\ntoepassing is, wat betekent dat de bedragen die op een bankrekening van een ambassade<br \/>\nzijn gedeponeerd, slechts beschermd worden wanneer die tegoeden betrekking hebben op<br \/>\neen soevereine functie van de Staat, als ze nuttig zijn voor de functies van de zending en<br \/>\nniet voor een economische, commerci\u00eble of burgerrechtelijke verrichting die onder het<br \/>\nprivaatrecht valt.<br \/>\nVoor zover als nodig zal dat punt later worden onderzocht.<br \/>\n5. Het Belgisch recht aanvaardt doorgaans dat een Staat, v\u00f3\u00f3r het ontstaan van een geschil,<br \/>\nbij geschrift afstand doet van zijn uitvoeringsimmuniteit (J. Verhoeven, Droit international<br \/>\npublic, Larcier, 2000, 744; J. Verhoeven, \u2018La jurisprudence belge et le droit international<br \/>\nde l\u2019immunit\u00e9 d\u2019ex\u00e9cution\u2019, in M\u00e9langes offerts \u00e0 Jacques Van Compernolle,<br \/>\nBruylant, 2004, 872).<br \/>\nHet wordt helemaal niet betwist dat de [eiseres] afstand heeft gedaan van haar uitvoeringsimmuniteit<br \/>\nin de Fiscal Agency Agreement en in de op 3 februari en 21 juli 2000<br \/>\n[uitgegeven] obligatieleningen.<br \/>\nMet betrekking tot de afstand van de uitvoeringsimmuniteit voert de [eiseres] aan dat de<br \/>\nomstandigheid dat zij afstand heeft gedaan van de uitvoeringsimmuniteit in de Fiscal<br \/>\nAgency Agreement (FAA) en in de uitgiftevoorwaarden van de op 3 februari en 21 juli<br \/>\n2000 uitgegeven obligaties de bescherming niet aantast van de in beslag genomen goederen,<br \/>\naangezien die afstand geenszins slaat op de goederen van de diplomatieke zending,<br \/>\ninzonderheid haar bankrekeningen bij de vennootschap Fortis Bank, terwijl een<br \/>\nStaat pas rechtsgeldig afstand kan doen van de uitvoeringsimmuniteit van zijn bankrekeningen<br \/>\nwanneer die afstand uitdrukkelijk is en onderscheiden is van de afstand van de<br \/>\nStaat van zijn algemene uitvoeringsimmuniteit. Afstand van de algemene uitvoeringsimmuniteit<br \/>\nheeft niet tot gevolg dat wordt afstand gedaan van de immuniteit die de bankrekeningen<br \/>\nvan de diplomatieke zending genieten.<br \/>\nIn tegenstelling tot de stelling van een bepaalde rechtspraak en rechtsleer, die niet normatief<br \/>\nis dus niet dwingend is voor het hof [van beroep], kan dat standpunt niet gevolgd<br \/>\nworden: noch het Verdrag van Wenen, noch enig ander in werking zijnd verdrag, noch<br \/>\nhet internationale gebruik voorzien in een specifieke afstand voor de banktegoeden van<br \/>\nde diplomatieke zendingen. Een uitdrukkelijke afstand van de uitvoeringsimmuniteit is<br \/>\nvoldoende. Het is helemaal niet noodzakelijk dat die afstand uitdrukkelijk doelt op de<br \/>\nbankrekeningen die door diplomatieke zendingen worden gebruikt (in die zin: Brussel, 21<br \/>\njuni 2002, J.T., 2002, 714: &#8216;Il n&#8217;est pas contest\u00e9 que les avoirs des \u00c9tats \u00e9trangers et notamment<br \/>\ndes avoirs bancaires affect\u00e9s aux besoins de leurs ambassades, b\u00e9n\u00e9ficient de limmunit\u00e9<br \/>\nd&#8217;ex\u00e9cution. Cette immunit\u00e9 se limite toutefois aux avoirs bancaires sp\u00e9cifiquement<br \/>\naffect\u00e9s au paiement des d\u00e9penses et frais de l&#8217;ambassade. (&#8230;) Il faut admettre que<br \/>\nles avoirs bancaires saisis (&#8230;) b\u00e9n\u00e9ficient de l&#8217;immunit\u00e9 d&#8217;ex\u00e9cution. Un \u00c9tat peut valaUniversiteit<br \/>\nGentFaculteit Rechtsgeleerdheid (RE) Download date: 28-10-2020<br \/>\n22 NOVEMBER 2012 C.11.0688.F\/7<br \/>\nblement renoncer \u00e0 son immunit\u00e9 d&#8217;ex\u00e9cution mais, aux termes de l&#8217;article 32, \u00a7 2, du<br \/>\nTrait\u00e9 de Vienne sur les relations diplomatiques, une telle renonciation doit toujours \u00eatre<br \/>\nexpresse. La volont\u00e9 expresse, qui, dans les modes de manifestation de la volont\u00e9, s&#8217;oppose<br \/>\n\u00e0 la volont\u00e9 tacite, est celle qui s&#8217;exprime d&#8217;une mani\u00e8re directe, claire, positive. (&#8230;)<br \/>\nLa Conf\u00e9rence de Vienne a explicitement repouss\u00e9 la renonciation implicite (&#8230;). En l&#8217;esp\u00e8ce,<br \/>\nle protocole du 25 novembre 2000 ne contient pas de renonciation expresse \u00e0 de<br \/>\nl&#8217;immunit\u00e9 d&#8217;ex\u00e9cution (&#8230;). Une telle renonciation ne pourrait se d\u00e9duire qu&#8217;implicitement<br \/>\nde certaines dispositions du protocole, aux termes d&#8217;un raisonnement. En effet, \u00e0<br \/>\naucun endroit, ce protocole d&#8217;accord ne contient les mots &#8216;renonciation \u00e0 l&#8217;immunit\u00e9<br \/>\nd&#8217;ex\u00e9cution. La r\u00e9publique du Burundi se borne \u00e0 prendre acte de l&#8217;engagement des consorts<br \/>\nLandau de lever toutes les saisies \u00e0 condition qu&#8217;une garantie bancaire irr\u00e9vocable<br \/>\nsoit souscrite \u00e0 leur profit. Il n&#8217;est donc pas satisfait aux conditions d&#8217;application de l&#8217;article<br \/>\n32, \u00a7 2, de la Convention de Vienne\u2019).<br \/>\nHet vereiste van een uitdrukkelijke afstand staat niet gelijk met het \u2013 onbestaande \u2013 vereiste<br \/>\nvan een afstand die uitdrukkelijk slaat op de banktegoeden van de diplomatieke zending.<br \/>\nDe omstandigheid dat de opstellers van de Commissie Internationaal Recht van de<br \/>\nVerenigde Naties bij het opstellen van het ontwerp van verdrag van de Verenigde Naties,<br \/>\neen specifieke afstand voor goederen met diplomatieke immuniteit hebben vooropgesteld<br \/>\nleidt niet tot een ander resultaat, aangezien, ten eerste, de commentaar van de opstellers<br \/>\nvan het niet-definitieve ontwerp in de Annuaire de la Commission du droit international<br \/>\n1991, volume II, deel twee, onder het opschrift &#8216;Rapport de la Commission \u00e0 l&#8217;Assembl\u00e9e<br \/>\ng\u00e9n\u00e9rale sur les travaux de sa quarante-troisi\u00e8me session&#8217;, geen enkel normatief karakter<br \/>\nheeft, dat die denkpiste niet werd gevolgd in de definitieve tekst van het Verdrag noch in<br \/>\nenig ander thans geldend verdrag of wettelijke tekst, vervolgens \u2013 zoals eerder is gezegd<br \/>\n\u2013 omdat dat verdrag nog steeds niet in werking is getreden en omdat het, de dag waarop<br \/>\nhet van toepassing zal zijn, niet met terugwerkende kracht moet worden toegepast op een<br \/>\nvroeger overeengekomen afstandsbeding.<br \/>\nZoals eerder gezegd, wordt niet betwist dat de [eiseres] het recht had om afstand te doen<br \/>\nvan de bescherming van de uitvoeringsimmuniteit, noch dat zij overigens daadwerkelijk<br \/>\nen uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van haar uitvoeringsimmuniteit.<br \/>\nEen dergelijke afstand kan betrekking hebben op de uitvoeringsimmuniteit zonder een<br \/>\nonderscheid te maken tussen de bedoelde goederen, aangezien die afstand algemeen kan<br \/>\nzijn en betrekking hebben op alle goederen van de Staat die afstand doet van zijn uitvoeringsimmuniteit.<br \/>\nIn deze zaak is de afstand die de [eiseres] in het kader van het &#8216;FAA&#8217;-contract vrijelijk<br \/>\nheeft gedaan en waaraan [de verweerster] haar rechten ontleent, uitdrukkelijk, ondubbelzinnig<br \/>\nen duidelijk. Bovendien is die afstand ruim in zoverre hij zowel betrekking heeft<br \/>\nop de immuniteit van rechtsmacht als op de uitvoeringsimmuniteit, met uitzondering van<br \/>\nUniversiteit GentFaculteit Rechtsgeleerdheid (RE) Download date: 28-10-2020<br \/>\n22 NOVEMBER 2012 C.11.0688.F\/8<br \/>\nsommige op beperkende wijze opgesomde goederen die niet behoren tot die waarop het<br \/>\nomstreden beslag is gelegd.<br \/>\nEr dient hier op gewezen dat het afstandsbeding uitdrukkelijk vermeldt wat er dient te gebeuren<br \/>\nmet de banktegoeden die buiten het toepassings[gebied] van de afstand vallen<br \/>\nvoor zover de rechtbanken van de [eiseres] met betrekking tot die tegoeden een beschikking<br \/>\nhebben gewezen \u2013 wat hier niet het geval is -, zodanig dat de [eiseres] bezwaarlijk<br \/>\ndie akte van afstand van de in beslag genomen bezittingen als bedoeld in de akte van beslag<br \/>\nvan 7 augustus 2009, kan betwisten.<br \/>\nDe bewoordingen en de samenhang van de drie opeenvolgende afstandsbedingen tonen<br \/>\naan dat de [eiseres] bewust afstand heeft gedaan van haar uitvoeringsimmuniteit, dat die<br \/>\nafstand met duidelijke bewoordingen doelt op de financi\u00eble inkomsten van de Staat, dat<br \/>\nhet helemaal niet gaat om een modelakte van afstand, maar integendeel om een heel specifieke<br \/>\ntekst waarin de [eiseres] duidelijk heeft vermeld binnen welke, voor haar noodzakelijke<br \/>\nen voor [de verweerster] aanvaardbare perken, die afstand kon plaatsvinden in<br \/>\nhet raam van hun contractuele betrekkingen.<br \/>\nDaaruit volgt dat de goederen, die door de akte van afstand niet worden uitgesloten, voor<br \/>\nbeslag vatbaar zijn.<br \/>\nGelet op het voorgaande hoeven de overige argumenten niet te worden onderzocht.<br \/>\nHet hof [van beroep] onderzoekt het argument betreffende de bestemming van de in beslag<br \/>\ngenomen goederen dus niet, aangezien dat onderzoek tot geen andere slotsom kan<br \/>\nleiden. Er dient geen prejudici\u00eble vraag te worden gesteld.<br \/>\nIn het licht van wat voorafgaat, is er geen sprake van tergend en roekeloos hoger beroep.<br \/>\n[De verweerster] vordert dat de [eiseres] wordt veroordeeld in de kosten, met inbegrip<br \/>\nvan een rechtslegingsvergoeding, geraamd op het basisbedrag voor een niet in geld<br \/>\nwaardeerbare zaak.<br \/>\nDie vordering is gegrond. De rechtsplegingsvergoeding wordt, rekening houdend met de<br \/>\nindexering, vastgesteld op 1.320 euro\u201d.<br \/>\nGrieven<br \/>\nEerste onderdeel<br \/>\nVolgens artikel 22, 3, van het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek<br \/>\nverkeer zijn de gebouwen van de zending, het meubilair en andere daar aanwezige voorwerpen,<br \/>\nalsmede de vervoermiddelen van de zending, gevrijwaard tegen onderzoek, vordering,<br \/>\nbeslaglegging of executoriale maatregelen.<br \/>\nVolgens artikel 25 van dat verdrag verleent de ontvangende Staat de zending alle faciliteiten<br \/>\nten behoeve van de uitoefening van haar werkzaamheden.<br \/>\nVolgens artikel 31, 1, van het Verdrag van Wenen van 23 mei 1969 inzake het verdragenrecht<br \/>\nmoet een verdrag te goeder trouw worden uitgelegd overeenkomstig de gewone beUniversiteit<br \/>\nGentFaculteit Rechtsgeleerdheid (RE) Download date: 28-10-2020<br \/>\n22 NOVEMBER 2012 C.11.0688.F\/9<br \/>\ntekenis van de termen van het Verdrag in hun context en in het licht van het voorwerp en<br \/>\ndoel van het Verdrag.<br \/>\nIn dat verband moeten de artikelen 22, 3, en 25 van het Verdrag van Wenen van 18 april<br \/>\n1961 uitgelegd worden in het licht van de doelstelling van die akte, die, volgens de aanhef<br \/>\nervan, erin bestaat \u201cte verzekeren dat diplomatieke zendingen als vertegenwoordigers<br \/>\nder staten doelmatig functioneren\u201d.<br \/>\nBijgevolg moeten die bepalingen in die zin worden uitgelegd dat ze elk beslag of uitvoeringsmaatregel<br \/>\nop bankrekeningen van de diplomatieke zending verbieden, ongeacht de<br \/>\nalgemene uitvoeringsimmuniteit die de vreemde Staten genieten.<br \/>\nDe uitvoeringsimmuniteit die bankrekeningen van de diplomatieke zending genieten,<br \/>\nvolgt op zijn minst uit de regel van internationaal gewoonterecht ne impediatur legatio<br \/>\ndie ertoe strekt te verzekeren dat diplomatieke zendingen doelmatig functioneren, ongeacht<br \/>\nde algemene uitvoeringsimmuniteit die de vreemde Staten genieten.<br \/>\nDe verbindende kracht van die internationale gewoonte als bron van het internationaal<br \/>\nrecht is vastgelegd in artikel 38, \u00a7 1, b), van het Statuut van het Internationaal Gerechtshof,<br \/>\ngevoegd bij het Handvest van de Verenigde Naties van 26 juni 1945.<br \/>\nUit het voorgaande volgt dat bankrekeningen van een diplomatieke zending een uitvoeringsimmuniteit<br \/>\ngenieten die onderscheiden is van de uitvoeringsimmuniteit van de<br \/>\nvreemde Staten in de zin van de regel van internationaal gewoonterecht . Artikel 32 van<br \/>\nde Europese Overeenkomst inzake de immuniteit van Staten bevestigt het aparte karakter<br \/>\nvan de diplomatieke immuniteit; dat artikel luidt namelijk als volgt: \u201cDe bepalingen van<br \/>\ndeze Overeenkomst laten onverlet de voorrechten en immuniteiten met betrekking tot de<br \/>\nuitoefening van de functies van diplomatieke missies en consulaire posten en van de<br \/>\ndaaraan verbonden personen\u201d.<br \/>\nWanneer een vreemde Staat niet specifiek afstand doet van de uitvoeringsimmuniteit op<br \/>\nde bankrekeningen van de diplomatieke zendingen, impliceert de loutere afstand van de<br \/>\nStaat van zijn uitvoeringsimmuniteit, niet dat dat die Staat afstand doet van zijn uitvoeringsimmuniteit<br \/>\nop de bankrekeningen van zijn diplomatieke zendingen.<br \/>\nOm de redenen die in de aanhef van het middel worden weergegeven, beslist het arrest<br \/>\ndat de uitvoeringsimmuniteit die bankrekeningen van diplomatieke zendingen genieten<br \/>\nhelemaal niet autonoom is, en slechts een concrete toepassing is van het algemeen regime<br \/>\nvan de uitvoeringsimmuniteit. Het leidt daaruit af dat de algemene afstand van de eiseres<br \/>\nvan haar uitvoeringsimmuniteit jegens de verweerster noodzakelijkerwijs impliceert dat<br \/>\nzij afstand heeft gedaan van haar uitvoeringsimmuniteit betreffende de bankrekeningen<br \/>\nvan haar diplomatieke zending in Belgi\u00eb, hoewel zij niet op specifieke wijze afstand heeft<br \/>\ngedaan van laatstgenoemde uitvoeringsimmuniteit.<br \/>\nZodoende miskent het arrest het autonome karakter van de uitvoeringsimmuniteit voor<br \/>\nbankrekeningen van diplomatieke zendingen, waarvan slechts op specifieke wijze afstand<br \/>\nkan worden gedaan (schending van de artikelen 22, 3, 25 van het Verdrag van Wenen van<br \/>\nUniversiteit GentFaculteit Rechtsgeleerdheid (RE) Download date: 28-10-2020<br \/>\n22 NOVEMBER 2012 C.11.0688.F\/10<br \/>\n18 april 1961, 31, 1, van het Verdrag van Wenen van 23 mei 1969, miskenning van de regel<br \/>\nvan internationaal gewoonterecht ne impediatur legatio, schending van artikel 38, \u00a7<br \/>\n1, b), van het Statuut van het Internationaal Gerechtshof gevoegd bij het Handvest van de<br \/>\nVerenigde Naties van 26 juni 1945, en, voor zoveel als nodig, van de wetten tot bekrachtiging<br \/>\nvan de drie voornoemde verdragen en van artikel 32 van de Europese Overeenkomst<br \/>\ninzake de immuniteit van Staten).<br \/>\n(\u2026)<br \/>\nIII. BESLISSING VAN HET HOF<br \/>\nBeoordeling<br \/>\nEerste onderdeel<br \/>\nArtikel 22, 3, van het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek<br \/>\nverkeer bepaalt dat de gebouwen van de zending, het meubilair en andere daar<br \/>\naanwezige voorwerpen, alsmede de vervoermiddelen van de zending, gevrijwaard<br \/>\nzijn tegen onderzoek, vordering, beslaglegging of executoriale maatregelen.<br \/>\nLuidens artikel 25 van dat Verdrag verleent de ontvangende Staat alle faciliteiten<br \/>\nten behoeve van de uitoefening van haar werkzaamheden.<br \/>\nKrachtens de regel van internationaal gewoonterecht ne impediatur legatio, volgens<br \/>\nwelke de werking van de diplomatieke zending niet belemmerd mag worden,<br \/>\ngenieten alle goederen van die zending die dienen voor haar werking een autonome<br \/>\nuitvoeringsimmuniteit die boven die van de ontvangende Staat staat.<br \/>\nDaaruit volgt dat geen enkel beslag of dwangmaatregel kan worden toegepast op<br \/>\nde goederen die aangewend worden voor de werking van een diplomatieke zending,<br \/>\ntenzij de ontvangende Staat uitdrukkelijk toestaat dat er voor die categorie<br \/>\ngoederen of een gedeelte van de categorie dwangmaatregelen worden genomen.<br \/>\nHet arrest stelt vast dat de verweerster op 7 augustus 2009, ingevolge een vonnis<br \/>\nvan 18 december 2006 van de New York Southern Federal District Court, bewarend<br \/>\nderdenbeslag heeft gelegd op de bankrekeningen van de bij het koninkrijk<br \/>\nBelgi\u00eb geaccrediteerde diplomatieke zending van de eiseres, dat de schuldvordering<br \/>\nvan de verweerster steunt op een overeenkomst van financi\u00eble dienstverlening<br \/>\n(\u201c Fiscal Agency Agreement\u201d, afgekort \u201cFAA\u201d) die het algemeen kader vastUniversiteit<br \/>\nGentFaculteit Rechtsgeleerdheid (RE) Download date: 28-10-2020<br \/>\n22 NOVEMBER 2012 C.11.0688.F\/11<br \/>\nlegt voor de uitgifte door de eiseres van verschillende obligaties en dat de eiseres,<br \/>\nzowel in de bijlage A van de FAA-overeenkomst als in de overeenkomsten betreffende<br \/>\nobligatie-uitgiften die tot het vonnis van 18 december 2006 hebben geleid,<br \/>\nop algemene wijze afstand heeft gedaan van haar immuniteit van rechtsmacht en<br \/>\nuitvoering, behalve voor bepaalde in die documenten nader omschreven goederen<br \/>\nen bezittingen.<br \/>\nHet arrest overweegt dat \u201chet voor de Staten geldende stelsel van de uitvoeringsimmuniteit<br \/>\nhier van toepassing is, wat betekent dat de bedragen op een bankrekening<br \/>\nslechts beschermd zijn indien die gelden betrekking hebben op een soevereine<br \/>\nactiviteit van de Staat, indien ze dienen voor de opdrachten van de zending en<br \/>\nniet voor een economische, commerci\u00eble of burgerlijke verrichting die onder het<br \/>\nprivaatrecht valt\u201d.<br \/>\nHet arrest dat, zonder vast te stellen dat de in beslag genomen bedragen werden<br \/>\naangewend voor andere doeleinden dan de werking van de diplomatieke zending<br \/>\nvan de eiseres, beslist dat de algemene afstand in de voormelde akten, ook geldt<br \/>\nvoor de goederen van die diplomatieke zending, met inbegrip van de bankrekeningen,<br \/>\nzonder dat de eiseres op uitdrukkelijke en bijzonder wijze afstand moet<br \/>\ndoen van de immuniteit betreffende die goederen, schendt de artikelen 22, 3, en<br \/>\n25 van het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 en miskent de regel van internationaal<br \/>\ngewoonterecht ne impediatur legatio.<br \/>\nIn zoverre is het onderdeel gegrond.<br \/>\nHet tweede onderdeel hoeft niet nader onderzocht te worden. Het kan immers niet<br \/>\ntot ruimere cassatie leiden.<br \/>\nDictum<br \/>\nHet Hof,<br \/>\nVernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep<br \/>\nontvankelijk verklaart.<br \/>\nBeveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het<br \/>\ngedeeltelijk vernietigde arrest.<br \/>\nHoudt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over.<br \/>\nUniversiteit GentFaculteit Rechtsgeleerdheid (RE) Download date: 28-10-2020<br \/>\n22 NOVEMBER 2012 C.11.0688.F\/12<br \/>\nVerwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.<br \/>\nAldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter<br \/>\nChristian Storck, afdelingsvoorzitter, de raadsheren Didier Batsel\u00e9, Martine<br \/>\nRegout, Mireille Delange et Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 22<br \/>\nnovember 2012 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid<br \/>\nvan procureur-generaal Jean-Fran\u00e7ois Leclercq, met bijstand van griffier Patricia<br \/>\nDe Wadripont.<br \/>\nVertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Antoine Lievens en overgeschreven<br \/>\nmet assistentie van griffier Johan Pafenols.<br \/>\nDe griffier, De raadsheer,<\/p>\n","protected":false},"author":3,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":[],"categories":[7],"tags":[21,23,18,19,20,22],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/ilbc.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/112"}],"collection":[{"href":"https:\/\/ilbc.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/ilbc.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/ilbc.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/3"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/ilbc.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=112"}],"version-history":[{"count":8,"href":"https:\/\/ilbc.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/112\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":635,"href":"https:\/\/ilbc.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/112\/revisions\/635"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/ilbc.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=112"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/ilbc.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=112"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/ilbc.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=112"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}